Bij het lijstenstelsels worden de zetels aan de hand van een kiesdeler bepaald

Toepassing van de kiesdeler en verdeling van zetels bij het lijstenstelsel.

Een voorbeeld:

In een bedrijf met 1300 medewerkers, worden verkiezingen gehouden. Er zijn 15 zetels te verdelen. Er worden vijf lijsten ingediend:

  • Lijst 1 FNV : 10 kandidaten
  • Lijst 2 CNV: 5 kandidaten
  • Lijst 3 Vrije lijst: 5 kandidaten
  • Lijst 4 Jansen: 1 kandidaat
  • Lijst 5 Vrolijk: 4 kandidaten

Bij de verkiezingen worden 800 geldige stemmen uitgebracht. Het aantal stemmen per lijst was:

  • FNV 370
  • CNV 140
  • Vrije lijst 80
  • Jansen 20
  • Vrolijk 190

De kiesdeler

De kiesdeler is het aantal geldige stemmen gedeeld door het aantal te verdelen zetels. 800 : 15 = 53,33

De zetelverdeling

Elke lijst krijgt in eerste instantie zoveel zetels als het aantal keren dat de kiesdeler is gehaald. De op deze wijze niet toe te bedelen zetels worden restzetels genoemd.

  • FNV 370 : 53,33 = 6 zetels en 50 reststemmen
  • CNV 140 : 53,33 = 2 zetels en 33 reststemmen
  • Vrije lijst 80 : 53,33 = 1 zetel en 27 reststemmen
  • Jansen geen zetels; niet de kiesdeler gehaald/ 20 reststemmen
  • Vrolijk 190 : 53,33 = 3 zetels en 30 reststemmen.

Op deze wijze kunnen 12 zetels worden toebedeeld; er blijven 3 restzetels over. Deze restzetels worden toegekend aan de lijsten met de meeste reststemmen: 1 zetel aan de FNV, 1 zetel aan CNV en 1 zetel aan de lijst Vrolijk. In het reglement kan worden bepaald dat restzetels niet kunnen toevallen aan een lijst die niet meer dan bijvoorbeeld tweederde van de kiesdeler haalt.

De uitslag

  • FNV 7 zetels
  • CNV 3 zetels
  • Vrije lijst 1 zetel
  • Jansen geen zetels
  • Vrolijk 4 zetels

Toewijzing

De zetels worden toegewezen aan kandidaten in volgorde waarop zij op de lijst voorkomen. In het reglement kan worden bepaald dat een kandidaat op basis van voorkeursstemmen kan worden verkozen: wanneer een kandidaat persoonlijk (tweederde van) de kiesdeler haalt.