Uitspraak: 'Positief, mits..'-advies

Kan de OR, na een positief advies onder voorwaarden, in een beroepsprocedure aanvoeren dat de ondernemer in de adviesaanvraag niet is ingegaan op de gevolgen voor het personeel? (niet gepubl. 17 mei 2001)

Uitspraak Ondernemingskamer: Nee, de OR had negatief moeten adviseren om aan het gestelde gebrek aan duidelijkheid gevolgen te verbinden. Daarnaast kwam de ondernemer tegemoet aan voorwaarden die de OR in het advies had gesteld.

Situatie:

Dejo is een onderneming die onder meer staal-, rvs- en aluminiumproducten produceert en levert. Er zijn ongeveer 160 werknemers in dienst. In het kader van reorganisatieplannen heeft Dejo in de loop van 2000 een organisatieadviesbureau ingeschakeld. Naar aanleiding van het organisatieadvies heeft Dejo een notitie opgesteld d.d. 19 juni 2000 en daarin onder meer aan de ondernemingsraad advies gevraagd over het voornemen de schoonmaakactiviteiten bij een nader te bepalen gerenommeerd schoonmaakbedrijf onder te brengen. De OR adviseerde bij brief van 7 september 2000 het voorgenomen besluit uit te voeren, "maar passende maatregelen te nemen om de sociale gevolgen op correcte wijze op te vangen." .

Met de opvang van de sociale gevolgen stelde de OR in zijn brief twee mogelijkheden voor a) de betrokken werknemers worden door het verkrijgende schoonmaakbedrijf in dienst genomen op tenminste dezelfde arbeidsvoorwaarden als bij Dejo of b) de betrokken medewerkers blijven in dienst van Dejo, maar worden gedetacheerd bij het schoonmaakbedrijf. De ondernemingsraad adviseerde vervolgens voor mogelijkheid b) te kiezen.

Bij brief van 19 februari 2001 schreef de ondernemer aan de OR blij te zijn met het positieve advies ter zake van de uitbesteding van schoonmaakwerkzaamheden en het met de OR eens te zijn dat de gevolgen van dit besluit voor de betrokken medewerkers op passende wijze dienen te worden opgevangen. Van de door de OR geschetste mogelijkheden stelde de ondernemer mogelijkheid a) op te volgen, zij het gedeeltelijk. De werknemers zullen in dienst treden bij het bedrijf waaraan het werk wordt uitbesteed tegen hetzelfde brutosalaris. Zij zullen echter onder een andere CAO gaan vallen. De ondernemer zegde toe dat, zo dit tot nadelige verschillen mocht leiden, hij voorstellen zou doen om deze verschillen op adequate wijze op te vangen.

Hierop liet de ondernemingsraad de ondernemer weten dat het besluit niet overeenkomstig zijn advies was. De ondernemer heeft inmiddels de betrokken werknemers over de uitbesteding geïnformeerd en hen een voorstel gedaan ter ondervanging van de sociale gevolgen ervan. De OR tekende beroep aan tegen het besluit en voerde daarbij aan dat de ondernemer in strijd met art. 25 lid 3 WOR in de adviesaanvraag slechts globaal heeft aangegeven welke de gevolgen van het besluit zijn en niet welke maatregelen zullen worden getroffen om de gevolgen op te vangen en verder dat in het besluit van 19 februari 2001 in strijd met art. 25 lid 5 WOR niet was gemotiveerd waarom van het advies was afgeweken.

Ondernemingskamer:

De ondernemingsraad heeft bij brief van 7 september 2000 positief geadviseerd, zodat er nu niet meer kan worden geklaagd over het feit dat de ondernemer bij de adviesaanvraag de (opvang van de) gevolgen van het besluit voor de medewerkers niet had aangegeven. Het stond de OR immers vrij om aan het gestelde gebrek aan duidelijkheid en volledigheid in de adviesaanvraag gevolgen te verbinden, bijvoorbeeld door het uitbrengen van een negatief advies. Het tweede bezwaar treft geen doel nu Dejo, overeenkomstig het advies van de OR, in het besluit de maatregelen heeft aangegeven om eventuele nadelige sociale gevolgen van het uitbesteden van de schoonmaakwerkzaamheden op te vangen. Met de voorgenomen maatregelen is Dejo binnen de grenzen van het advies gebleven. Wijst de verzoeken van de OR af.

DATUM UITSPRAAK: 17 mei 2001
RECHTERLIJK COLLEGE: Ondernemingskamer
NAAM PARTIJEN: OR DEJO Metaalindustrie BV / DEJO Metaalindustrie BV
VINDPLAATS: niet gepubliceerd

Advokatenkollektief Utrecht